Steeds meer schijnhuwelijken

Vorig jaar werden in dit land 10.728 verdachte huwelijken onderzocht. Een absoluut record en 15 procent meer dan in 2010.
Het aantal schijnhuwelijken zit in stijgende lijn, en dat verbaast allerminst. “Het huwelijk blijft een van de populairste manieren om ons land binnen te geraken”, luidt het bij de Dienst Vreemdelingenzaken (Het Belang van Limburg, 05.03.2012). Opvallend is het grote aantal onderzoeken naar schijnhuwelijken bij mensen met de Marokkaanse nationaliteit. Vorig jaar ging het om 1450 onderzoeken, gevolgd door Turken (436) en Algerijnen (140). Het zijn dus maar al te vaak moslims.

Politie, parket en de Dienst Vreemdelingenzaken werken intensiever samen en zijn bezig met het opstellen van een nationaal draaiboek schijnhuwelijken, zodat elke overtreder in elke gemeente op eenzelfde manier wordt behandeld. Een positieve evolutie, ware het niet dat personen die hun huwelijksaanvraag geweigerd zien, nog steeds gebruik kunnen maken van een achterpoortje: de wettelijke samenwoonst. Met een geregistreerd samenlevingscontract krijgt men immers na amper één jaar eveneens de fel begeerde verblijfsvergunning van onbepaalde duur in de schoot geworpen, automatisch en zonder enige controle!
VB-Senator Anke Van dermeersch heeft het in haar nieuwe boek, ‘Hoer noch slavin – vrouwen en islam’ uitgebreid over islamitische schijnhuwelijken. Hier een kort stukje daaruit:”Elk gedwongen huwelijk is een schijnhuwelijk, terwijl niet elk schijnhuwelijk een gedwongen huwelijk hoeft te zijn. Gedwongen huwelijken komen voornamelijk voor wanneer schijnhuwelijken als doel hebben een schijnechtgenoot het land binnen te brengen. Deze praktijk komt zeer veel voor, maar er zijn ook vormen van schijnhuwelijken met andere doelstellingen, zoals het dienen van economische of zakelijke belangen. We spreken van een schijnhuwelijk wanneer een van de huwelijkspartners niet voldoet aan de door de wet opgelegde huwelijksverplichtingen.

Schijnhuwelijken die geen gedwongen huwelijken zijn, hebben doorgaans het onrechtmatig omzeilen van de geldende immigratiewetgeving als voornaamste doel. Sancties en proactieve maatregelen tegen schijnhuwelijken dienen zich dan ook te situeren in het kader van de immigratiewetgeving. Dit kan bijvoorbeeld door het verstrengen van de voorwaarden die aan de buitenlandse partner worden opgelegd. Het opleggen van een hogere minimumleeftijd om te mogen huwen met een buitenlandse partner en strenge toegangsvoorwaarden zijn hierbij het meest efficiënt.” (SvR)