Ter verdediging van Marokko

Volgens de “Happy Planet Index” is het leven in Zuid-Amerika, de Caraïbben, Indië, Birma, Cambodja, China en zelfs Congo-Brazzaville en Papoea-Nieuw-Guinea beter dan in de Verenigde Staten, Frankrijk of Australië. De mensen zouden daar véél gelukkiger en gezonder zijn dan in de industrielanden. De absurditeit daarvan springt onmiddellijk in het oog. Nu zijn geld en welvaart niet de enige componenten van geluk, zelfs niet de belangrijkste. Maar wie beweert dat het leven in Indië of Congo-Brazzaville beter is dan pakweg in Frankrijk, die is ofwel gek, ofwel een fanatieke ecologist. Bij de “Happy Planet Index” is het combinatie van beide factoren. De onzinnige rangschikking is een gevolg van het feit dat men buitensporig veel belang hecht aan de zogenaamde “ecologische voetafdruk”. Een land dat helemaal braak ligt omdat iedereen er is uitgemoord, heeft natuurlijk een heel kleine ecologische voetafdruk. Idem dito voor een land dat bijna helemaal uit onbewoonbare woestijn bestaat. Heel het concept is verkeerd. Bovendien heeft ecologische duurzaamheid niets, of toch maar heel weinig, te maken met persoonlijk geluk. Wij dachten daaraan terug, toen we in het rapport van het Wereld Economisch Forum lazen dat Marokko één van de slechtste landen was om als vrouw in te leven. Op de lijst van 136 landen eindigde het als nummer 129 in de rangschikking, helemaal onderaan dus, nog juist vóór de islamitische republiek Iran. Wij zouden hier een eenvoudig, demagogisch stukje over kunnen schrijven, om aan te tonen dat we altijd al gelijk hadden, en dat Marokko in de islamitische hel voor vrouwen zowat de binnenste cirkel is, waar de wreedste wantoestanden heersen. Dat is onjuist. Natuurlijk is Marokko een islamitisch land, en de situatie van vrouwen is er dus veel slechter dan in het westen, en zelfs in vele andere landen met een niet-islamitische religieus-culturele achtergrond. We hebben daar reeds herhaaldelijk kritiek op geleverd, en we nemen daar niets van terug. Maar binnen de islamitische wereld had Marokko waarschijnlijk een betere plaats verdiend. Het lijkt ons dat de zeer slechte score van Marokko aan dezelfde kwalen lijdt als de “Happy Planet Index”. Hier gaat het niet om een ecologische scheeftrekking als gevolg van een obsessie voor voetafdrukken, maar om een te eenzijdig politieke en economische benadering van de positie van vrouwen.

Marokko scoort in de WEF-rangschikking bijvoorbeeld slechter dan Egypte of Kenia, terwijl besnijdenis van meisjes in Egypte en Kenia bijna de algemene regel is en in Marokko vrijwel nooit voorkomt. Is dat slechts een detail misschien? De minimumleeftijd voor een huwelijk ligt in Marokko op achttien jaar, waardoor kindhuwelijken er niet voorkomen, en meisjes beter beschermd worden tegen de “gelegaliseerde pedofilie” die in zoveel islamitische landen gebruikelijk is. Ja, er zijn nog mazen en uitzonderingen in de wet, waardoor bijvoorbeeld sommige meisjes al op vijftienjarige leeftijd kunnen trouwen. Ook dat hebben we al eerder aangeklaagd. Maar Marokko probeert tenminste die infame praktijk van kindhuwelijken tegen te gaan en zelfs met enig succes. Ook andere aanpassingen in het Marokkaanse familierecht gaan in de goede richting, al zijn ze naar onze normen nog te beperkt. Burundi scoort beter dan de VS, omdat Burundese vrouwen volgens de statistieken van het WEF beter vertegenwoordigd zijn in de politiek de Amerikaanse. Ten eerste betwijfelen we dat, en ten tweede, zelfs àls het waar is… Zou ook maar één Amerikaanse vrouw liever in Burundi wonen? Zulke scheeftrekkingen ondermijnen de ernst en de geloofwaardigheid van heel die rangschikking. Men hecht een buitenspotig belang aan het aantal vrouwelijk parlementsleden, ministers, staatshoofden en managers, maar die cijfers hebben slechts betrekking op een heel klein segment van de bevolking. Meestal het meest bevoorrechte, best opgeleide en rijkste deel van de bevolking. 99% van de gewone mensen – mannen en vrouwen – hebben daar helemaal geen boodschap aan. Pakistan en Bangladesh hebben bijvoorbeeld vrouwelijke staatshoofden gehad, en Marokko niet. Die beide Aziatische landen zijn nochtans pas echt een hel voor vrouwen, niet alleen als men met westerse landen vergelijkt, maar zelfs als men Marokko als maatstaf neemt. Honderden miljoenen vrouwen en meisjes in niet-westerse landen vragen zich nooit af of ze president, koningin, minister, parlementslid, manager of rechter kunnen worden. Hun problemen liggen op een heel ander, veel menselijker niveau. Ze zijn bang dat ze verkracht of besneden of mishandeld zullen worden. Zij zouden, zoals westerse vrouwen, willen kunnen trouwen met een man van wie ze echt houden, en niet met iemand die hun familie voor hen heeft uitgekozen. Dat zou veel meer een bevrijding en een vervulling zijn dan de realisatie van alle westers-feministische agendapunten samen. De scores van het Wereld Economisch Forum inzake toegang tot onderwijs en gezondheidszorg zijn wel zinvol. Zij raken de essentie. Daar zitten in vele ontwikkelingslanden de échte discriminaties en het echte diepere onrecht. Als een meisje niet naar school kan of mag gaan, en niet kan of mag leren lezen, wordt zij veroordeeld tot een beknot leven in beperking en duisternis. Een vrouwelijke president is dan helemaal geen troost. Maar andere levenbelangrijke elementen blijven buiten beeld in het WEF-rapport. Er hangt bijvoorbeeld heel veel af van het familierecht, dat de positie van vrouwen vastlegt als het om de opvoeding van kinderen gaat, of om hun bescherming na een echtscheiding of een verstoting. Of bescherming tussen een gedwongen huwelijk. Er hangt ook heel veel af van het strafrecht, dat bepaalt hoe goed – of meestal: hoe slecht – vrouwen beschermd worden tegen verkrachting of mishandeling. Hoeveel eremoorden worden er gepleegd? En worden de daders vervolgd en bestraft? Of voert de overheid een gedoogbeleid? Maar voor al die zaken heeft het Wereld Economisch Forum helemaal geen aandacht. Het gaat veel te veel om economische en politieke factoren. Het echte leven verdwijnt daardoor uit het beeld. En Marokko belandt dan ten onrechte op hetzelfde lamentabele niveau als de islamitische republiek Iran.